Wist u dat er heel wat verhalen over de (wind)hond de ronde doen die soms wel, maar soms ook echt niet waar zijn?

Laten we eens proberen er een aantal duidelijk te krijgen:

  1. Een zogenaamde lange hond mag nergens loslopen. Zelfs jachtopzieners en boswachters schermen hier graag mee. Maar het is niet waar. In de Flora- en Faunawet die op 1 april 2002 in werking is getreden, staat geen enkel wetsartikel waarin het loslopen van zogenaamde ‘lange honden’ wordt verboden. Natuurlijk moet iedereen zich wél houden aan de aan de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente waarin is vastgelegd waar honden wel of niet mogen loslopen.
    Dit aanlijngebod kent echter géén uitzonderingen, ofwel, daar waar het loslopen van honden is toegestaan geldt dit ook voor greyhounds, podenco’s en galgo’s. Ook zij mogen gewoon loslopen! Wel moet de hond goed onder appel staan op bepaalde plaatsen.
  2. De greyhound is een van de snelste honden ter wereld is. Hij kan snelheden bereiken van 60 à 70 kilometer per uur. Dit is dus waar!
  3. Galguitis bestaat niet. Deze vreemde besmetting met het zogenaamde galgo-virus maakt het vrijwel onmogelijk om de verleiding te weerstaan een tweede galgo te willen opnemen in de familie. Het is waar, dit bestaat en heel wat adoptanten raken er mee besmet!
  4. Een windhond moet héél veel lopen, zelfs uren per dag. Beslist onwaar. Een windhond heeft beweging nodig en moet zijn energie kwijt kunnen, maar is een sprinter. De meesten houden van een dagelijkse renpartij in een voor hen ontspannen tempo en zelfs dan zijn ze vaak sneller dan de meeste andere rassen. Een windhond die zijn energie kwijt kan is voor de rest van de dag veeleer een echte bankhanger. Niet voor niets noemen de Amerikanen de greyhound “the laziest couch potato”.
  5. Een windhond reu plast binnen overal tegenaan. Niet waar. Bijna iedere reu plast buiten graag zo vaak mogelijk (markeren), hoewel dit gedrag is te sturen overigens. De enige honden die soms binnen plassen zijn de wat dominantere van karakter en dan maakt het niet uit of het een teef of reu is. We bedoelen hiermee niet de ‘angst’of ‘enthousiasme’ plasjes. Bijna altijd gaat het dan om een plasje óver het plasje of geur van een andere hond.
  6. Een zwarte hond is minder lief. Een fabel waarvan we geen idee hebben hoe dit denkbeeld is ontstaan. Hoe lief een hond is ligt alleen aan zijn karakter, maar zeker niet aan zijn kleur.
  7. Een reu is minder aanhankelijk dan een teef. Niet waar. Het karakter en de achtergrond zijn bepalend.
  8. Een hondenfluitje heeft een te hoge toon voor het menselijk gehoor. Dat is waar. Maar voor onze Spaanse windhonden is het vaak beter een andere trainingsmethode te kiezen. De galgueros gebruiken deze fluitjes en voor de honden die mee moesten naar de jacht kan het fluitje slechte herinneringen oproepen.
  9. Honden met een gebrek, ziekte, of al wat ouder, maken minder kans op adoptie. Waar. Helaas. Toch is het het overwegen waard om juist zo’n hond op te nemen. Van de hel die zij langere tijd hebben meegemaakt, naar de hemel. Juist zij kunnen hier, nadat ze gewend zijn, zo intens van genieten.
  10. Windhonden herkennen windhonden. Waar. Dat klinkt vreemd hè. De meesten worden blij als ze andere honden tegenkomen, maar hun blijdschap haalt het niet bij het enthousiasme dat ze laten zien als ze soortgenoten, windhonden, ontmoeten. Waarschijnlijk heeft het te maken met diezelfde wendbaarheid, manier van spelen en snelheid.
  11. Een pup kun je nog helemaal vormen. Dat is gedeeltelijk waar, wederom heeft dit deels met karakter en achtergrond te maken. En dan geldt dit eigenlijk net zo goed voor een volwassen hond. Een windhond is erg zachtaardig en mensgericht (tenzij de mens hem erg getraumatiseerd heeft, dan kost dit tijd), wil heel graag dat zijn baas blij is met hem. En alleen al daarom zal hij altijd zijn best doen, mits op een positieve stimulerende manier getraind, om te leren wat zijn baas van hem wil.
  12. Een rescue hond heeft allerlei problemen. Deels waar. Ze hebben allemaal het een en ander meegemaakt of juist niet meegekregen. Ze hebben ook allemaal een rugzakje. Maar de flexibiliteit van deze misbruikte honden om zich tóch weer te geven, is zonder weerga. Het merendeel van hen zal na verloop van tijd een vrolijke, blije hond zijn. Bij de één kost dit meer tijd dan bij de ander. Dat dienen de (toekomstige) baasjes zich goed te realiseren. Het hoeft niet vanaf dag één allemaal perfect te gaan.