Ik zit hier nu al lang. Heel lang…

Hoe lang weet ik niet, want ik ben een hond en kan niet klokkijken.
Ik had ooit een baas waar ik van hield. Hij deed heel erge dingen bij en met me, maar toch bleef ik hem trouw. Ik werkte keihard voor hem. Als het niet goed genoeg was dumpte hij mij uren in de auto. Dan wachtte ik tot hij klaar was met jagen samen met mijn hondenmaatjes ( die beter presteerden dan ik). Vaak kreeg ik daarna nog klappen of schoppen of erger, maar toch, het was mijn baasje.

Tot die ene dag. Ik moest in de auto. We reden naar een plek waar heel veel honden zaten. Allemaal in heel kleine hokken. Ik probeerde mijn baasje te blijven zien maar hij draaide zich om en liet me daar achter. Geen enkele keer keek hij achterom, hij zei me ook niet gedag.
Ik keek omhoog recht in de ogen van een man die mij aan de riem naar zo’n zelfde hok bracht.
Druk gepraat en hup hok dicht. Daar zat ik dan. Kwam mijn baasje zo terug?
Ik wachtte en wachtte.
Er kwamen mensen langs die naar mij keken. Er verdwenen honden naast mij. Opeens waren zij daar. Voor mij onbekende mensen en ik mocht eruit. De hond naast mij niet. Die mensen namen mij mee. Ze aaiden mij, praatten zacht en lief tegen me. Wie waren dit, wat wilden ze van me en waar ging ik naartoe?
Weer een nieuwe plek. Allemaal hokken. Een plek om te rennen (vind ik voorlopig nog te eng). Genoeg eten en aardige mensen. Hoewel ik niet goed weet of dit wel echt is. Zijn zij echt te vertrouwen? Of gaan zij mij ook slaan, schoppen of opnieuw achterlaten.
Sommige hondenmaatjes ken ik, maar de meesten niet.

Ik durf langzaam te rennen, een beetje lol te maken. Maar blijf op mijn hoede, omdat ik niet weet voor hoe lang dit is. Ze zijn, zo blijkt nu na een lange tijd, echt goede mensen. Ze doen mij geen pijn ,verzorgen mij en zeggen lieve woorden. Ik wacht ergens op denk ik, maar op wat? Ik weet het niet. Dan ineens praten ze heel enthousiast. Ze staan bij mijn hok. Ik word gecheckt door de dierenarts en krijg nog een prik.

Ik moet in de auto. O jee waar ga ik naartoe? Ik kom op een hele drukke plek. Ik zie allemaal benen. De mensen waar ik zolang bij was moeten huilen. Ze praten weer met mensen die ik niet ken, geven me nog een aai en gaan. Ze gaan? Laten ze me nu toch achter. Een vreemde meneer rijdt mij in een kar naar een groot ding. Wat is dat. Ik ga in een bench op iets dat beweegt. In de ruimte is het koud. Komen mijn mensen zo terug? Zijn zij hier ook?

Dan hoor ik lawaai. Ik ga maar liggen. Het duurt lang. Hoe lang weet ik niet. Dan gaat de deur open. Weer ga ik op die band. En weer op zo’n kar. Ik wacht en wacht, wat kan ik anders. Dan word ik in een lift gezet. Hij gaat open.
Er lacht een meneer naar mij. Wie is hij? Hij zet de bench met mij op de kar en rijdt me door een deur. Daar staan hele blije mensen. Ze praten en maken mijn bench open. Ze willen mij direct aaien. Ik begrijp niets van wat ze zeggen. Ze kijken wel aardig, maar ik vind het reuze eng. Het is druk en de vloer is glad.
Ik krijg een “iets” aan. De mensen vinden mij leuk maar ik weet het nog niet hoor. Wie zijn dit nu weer? Komen mijn mensen nog terug? Gaan deze mensen mij pijn doen? Waar ga ik naartoe?

Ik moet meelopen en vind de vloer heel eng. Ik loop toch maar mee. Onderweg moet ik toch echt een plas. Dan ga ik een auto in. Het is donker. Ik ben zo moe en val in slaap. Dan stopt de auto we zijn er.
Ik word uit de auto getild, want ik wil er liever in blijven. Dan moet ik ergens naar binnen. Niets van wat ik zie, zag ik eerder. Ik weet niet wat ik moet doen. Liggen, staan, blijf ik hier??
Kan ik slapen met mijn ogen dicht of moet ik er voor de zekerheid maar eentje open houden?
Mag ik hier plassen, ik moet wel nodig. Ik weet het niet.

Ik weet nog niks. Ik ben ondanks mijn leeftijd eigenlijk net een pup, maar dan wel een met een rugzakje.
Ik begin bij nul en moet alles nog leren. Wie de mensen zijn en wat ze willen en leren vertrouwen. Leren niet meer bang te hoeven zijn.
Krijg ik daarvoor de tijd?

(Deze galga heeft de tijd gekregen en weet inmiddels hoe het is om vrij en geliefd te zijn)