Op 30 september 2018 landde het vliegtuig op Rotterdam Airport om 23.00 uur. Een van de passagiers was kleine Petrus, het was de dag dat hij in mijn leven kwam.

 

Een zwart hondje met een witte bef, kleine witte tipjes aan zijn tenen en een olijk spits snuitje met een guitige witte vlek op z’n neus, alsof hij in de slagroom had gesnuffeld. Angstig stak hij zijn koppie uit het transportkooitje op Rotterdam Airport. Voor mij was het liefde op het eerste gezicht,     Petrusje vond het daarentegen allemaal maar vreemd en eng, daar wond hij geen doekjes om, want hij deed gelijk een grote plas in de aankomsthal.

En thuisgekomen klauterde hij met zijn onhandige puppypootjes op bed, ging op m’n hoofdkussen zitten en deed nog maar eens een plas. Ik vond dit niet de meest charmante introductie, maar toen hij me met zijn onbeholpen trouwe hondenblik aankeek, vergaf ik het hem meteen. Ik was goed voorbereid op zijn komst, had een spiksplinternieuwe hondenmand naast mijn bed gezet met zachte dekentjes, kussentjes en knuffels.

Stellig had ik mij voorgenomen dat een hond niet in bed hoort en dat ik daar zeer consequent in zou zijn. Maar nadat hij om 3.00 uur ’s nachts voor de 20e keer in paniek tegen de rand van m’n bed was gesprongen, we beiden nog geen oog dicht hadden gedaan en ik bang was dat hij zich zou bezeren, tilde ik het wollige hoopje angst uit z’n mand en drukte het veilig tegen me aan. Hij legde zijn snuitje in mijn nek en tevreden verzonken we samen in een diepe slaap.

Vanaf dat moment waren we onafscheidelijk, overal waar ik ging, hoorde ik het gezellige getik van zijn pootjes achter me aan. Volgzaam als een schaduw bewoog hij met me mee. In het café duwde hij zelfs zijn spitse snuit tussen de deur als ik naar de wc ging en hij kroop ook gewoon bij me onder de warme straal van de douche. Dat dit niet helemaal de bedoeling was, kostte enige tijd om aan zijn volgzame hondenverstand bij te brengen.

Vandaag de dag, is hij in zijn pubertijd beland en trekt meneer tot mijn grote verbazing soms zijn eigen plan. Zo spurtte hij gisteren een schoolplein op, zigzagde tussen de spelende kinderen door zo de zandbak in en begon naar hartenlust te graven. En brutaal kijken toen de juf hem eruit viste en naar me terugbracht!

En een keertje ’s avonds in het donker had hij iets onbestendigs in z’n bek. Voor we naar binnen gingen, haalde ik het eruit. Pas in het licht van de hal zag ik wat het was, een verongelukte halve duif. Ik kon een gil niet onderdrukken, stond ik daar met een afgekloven duivenkop in m’n hand. Het duurde een paar dagen voor de geur van rottend vlees van mijn hand verdween.

Maar als hij me dan weer met zijn trouwste blik aankijkt, lief met z’n hazelnootbruine oogjes knijpt en zo enthousiast kwispelt dat zijn hele achterlijf mee zwiept, dan smelt mijn boosheid als sneeuw voor de zon.

Trouwens, het grootste deel van de dag slaapt hij, dus dan heb ik geen kind aan hem, ligt hij opgerold als een poes zachte snurkgeluidjes te maken, het liefst met z’n snuit en één poot op mijn schoot. Als hij wakker wordt, trekt hij zijn bek wagenwijd open om een paar keer uitgebreid te gapen. Daarna worden eerst de voorpoten eens even lekker uitgerekt en daarna ook de achterpoten. Vervolgens rolt meneer op z’n rug met al z’n poten in de lucht, en blijft net zo lang liggen tot ik hem over z’n buikje aai en zo ligt hij het liefst de hele dag.

Ik moet hem optillen en rechtop op z’n vier poten zetten om hem mee naar buiten te krijgen. Maar als hij dan eenmaal wakker is, steelt hij de show in het hondenpark. Als een cheetah flitst hij op volle snelheid over het veld. Ik raak niet uitgekeken, wat een topatleet is de galgo, zoveel souplesse en kracht, hij zet zijn achterpoten voor zijn voorpoten, trekt zijn rug eerst bol en maakt zich dan weer lang, mechanisch als een springveer, met de elegantie van een hinde, stuwt hij zich vooruit.

Natuurlijk kan ik mijn trots dan niet verhullen. Glunderend van oor tot oor sla ik hem gade, mijn knappe hondenkind.

Thuis beloon ik hem met een gedroogd varkensoor, een gepofte kippenpoot of een zakje orgaanmix. Er ging een hele nieuwe wereld voor me open toen ik op internet ‘hondensnacks’ intypte. Er bleek een hele industrie te bestaan van griezelige dieronderdelen waarvan ik dacht dat ze die alleen gebruikten als entourage bij horrorfilms.

Maar Petrusje likt er zijn pootjes bij af, dus nu heb ik één hele plank in de keuken met ingewanden en andere aanverwante spullen. En kijk ik vertederend toe hoe hij een afgehakt kippenpootje, met nagels en al, met zoveel smaak naar binnen werkt, alsof hij zich in een sterrenrestaurant waant.

Na een dag van knuffelen, spelen, rennen en graven, stappen we tevreden in bed. En ja, nog steeds klautert hij zo nu en dan nog wel eens op bed, dan lig ik te slapen en voel ik een zacht gesnuffel in mijn gezicht, met een plof laat hij zich dan vallen, zo half over mij heen, soms vis ik dan zijn staart uit m’n mond, maar meestal weet hij het zo uit te kienen dat hij precies met zijn snuitje in mijn nek belandt. En met zijn zachte warme lijf vredig knorrend tegen me aan, voel ik mij de gelukkigste mens op aarde.

Ik sla mijn armen stevig om hem heen om hem de rest van zijn leven niet meer los te laten.