Ode aan een Heldin

 

Carla’s ogen schieten vuur als ik haar vertel dat ik vroeger een hond uit het asiel heb laten inslapen op aanraden van een hondentherapeut. De hond zou te verknipt zijn en kon niet meer worden geresocialiseerd. Het in leven houden van deze hond zou een gevaar opleveren voor de samenleving, aldus de therapeut destijds. Dus dat werd een emotionele laatste rit naar de dierenarts. Ik zit naast Carla in haar Citroën bedrijfsauto en ik voel dat de gezellige sfeer, waarbij we wat zaten te kletsen, plaats maakt voor een ongemakkelijke ijzige kou. De tengere vrouw vraagt mij vol ongeloof of die hondentherapeut écht had geadviseerd om een hond te doden. Ik beaam dat en Carla maakt mij duidelijk dat dat geen reden is om een hond dood te maken. Hij had toch ook naar een hondenopvang zoals de hare gekund? Want hoe verknipt een hond ook is, hoe ernstig de geestelijke deuken ook zijn, Carla zorgt ervoor dat hij een goed en waardig leven krijgt.

Misschien is het niet voor elke hond haalbare kaart om geadopteerd te worden door een gezin, maar het is in ieder geval haalbaar om een mooi leven te hebben bij Carla thuis. Een verder kerngezonde hond laten inslapen is absoluut geen optie. Wij zijn op weg naar haar woning, een kleine 50 kilometer ten zuiden van Valencia en rijden op een snikhete middag over de snelweg. Achterin de bestelbus staat een bench met daarin een tevreden slapende podenco-reu genaamd Sultán. Deze Spaanse jachthond is de reden voor mijn bliksembezoek aan Spanje. Mijn vrouw en ik hebben hem geadopteerd. Omdat we niet willen wachten tot de Stichting Greyhounds Rescue Holland hem naar Nederland brengt ga ik hem nu ophalen in Spanje. Als de stichting het doet kan dat immers enkele weken duren. Maar wij hebben nú vakantie en dus meer tijd voor de hond dan wanneer we allebei aan het werk zijn. Dan maar zelf halen.

De stellige mening van Carla dat mijn vroegere hond nooit afgemaakt had mogen worden doet mij beseffen dat zij veel meer is dan een gemiddelde dierenliefhebber. Carla bestrijdt onrecht vanuit haar tenen en alles moet daar voor wijken. Kom je aan een hond, dan kom je aan Carla. Mij heeft ze in ieder geval direct aan het denken gezet. Ik heb jarenlang de beslissing over de hond die moest inslapen goedgepraat met de uitspraak van die therapeut: “De hond is een gevaar voor anderen”. Maar heb ik er wel goed aangedaan om het advies van de hondentherapeut op te volgen? Of had ik op zoek moeten gaan naar een ‘Carla’ in Nederland die de hond in ieder geval nog een mooie voortzetting van het leven had kunnen geven?

De koopjeshoek van Ikea

De van oorsprong Zuidamerikaanse Carla spreekt prima Nederlands want zij heeft er geruime tijd gewoond. Daar werkte zij in het speciaal onderwijs met zeer moeilijk opvoedbare jongeren en zij vertelt mij dat ze dat verschrikkelijk vond. Ik kan dit echter niet rijmen met het feit dat zij honden met een moeilijk verleden een kans geeft. Haar leerlingen in Nederland hadden net als haar honden toch een deuk opgelopen? En als je er maar in gelooft kun je er nog iets van maken? Ik vertel haar dat ik ervaring heb in het jongerenwerk en dat dat raakvlakken heeft met het werken in het speciaal onderwijs en met het weer op de been helpen van ontredderde honden. Ik maak nog maar eens de vergelijking met de koopjeshoek van Ikea. Daar kun je meubels kopen met een gebrek: een flinke kras op de lak of een kapot deurtje. De meeste mensen halen hun neus op voor deze meubels en kopen liever ongehavende spullen. Maar als je zo’n beschadigd meubeltje een nieuwe likje verf geeft of nieuwe scharnieren, dan kun je er een volwaardig meubel van maken, vaak met meer karakter dan een ongeschonden meubelstuk. Zo is het ook met jongeren met een deukje of honden die verwaarloosd of mishandeld zijn. Als je in ze gelooft, ze de nodige aandacht en liefde geeft en het nodige zelfvertrouwen, dan kunnen ze nog aardig mee in de maatschappij. Carla knikt instemmend. Ik heb het gevoel dat ik het voor haar goed heb verwoord en ik besluit in gedachten dat het niet de doelgroep moet zijn geweest waarmee Carla in het onderwijs niet uit de voeten kon, maar het schoolsysteem. Carla is immers een eigengereide vrouw die zich weinig aantrekt van andermans mening. Soms moet je lak hebben aan je omgeving, soms moet je burgerlijk ongehoorzaam zijn en soms moet je tegen de stroom in gaan om vast te houden aan je idealen. Zeker als het om het redden en beschermen van honden gaat. Zo iemand is Carla. Dat heb ik al snel in de gaten.

De roedel

Carla’s huis ligt op een heuvel in een wijk buiten het dorpscentrum. Een ommuurd terrein met een oprijlaantje leidt naar een soort van kleine rotonde waarachter een prachtig Spaans huis verrijst. Een brede betegelde trap leidt naar een overdekt terras waar je op elk moment van de dag in de schaduw kunt zitten. Het hele huis is onderkelderd en hier slapen de meeste van haar honden. De oudjes slapen boven in de woonkamer. Inclusief Sultán telt Carla’s roedel 13 honden die, eenmaal uit hun verblijf gehaald, allemaal kwispelend op me af komen lopen en me begroeten door hun kop tegen mijn handen te drukken om aan te geven dat ze geaaid willen worden. Sommige springen tegen me op, andere blijven enigszins op afstand en komen pas naar me toe als de haantjes de voorste weer vertrokken zijn. De één maakt er echt een show van om mijn aandacht te trekken en de ander bijt mij zachtjes in mijn buik, irritant genoeg om het te laten ophouden door hem te gaan aaien. En ergens in de achterhoede staat Sultán. Hij wacht rustig zijn beurt af met een blik die lijkt te zeggen: “Ga lekker jullie gang; Johan is uiteindelijk toch van mij”, alsof hij door heeft dat hij en ik een langdurig verbond met elkaar aangaan. Eentje van baas-hond en dat is een levenslange verbinding tot de dood ons scheidt. Nee ik zal Sultán nooit laten inslapen wegens verkeerd gedrag. Daarvoor heeft Carla bij mij de vinger teveel op de zere plek gelegd. Je doet goed als je honden laat leven, niet als je ze doodt! Ik streel Sultan’s bruine en witte vacht en hij kwispelt zo hard hij kan. Carla kijkt glimlachend toe terwijl zij drinkwater bijvult en hondenpoep opruimt. Sultán is nu twee jaar bij haar in huis en het leek erop dat helemaal niemand deze negenjarige reu wilde hebben. Er is meer vraag naar puppy’s dan naar senioren in de rescue-branche. Niemand had nog gedacht dat Sultán een gezin zou vinden. En dat terwijl hij zo mooi, lief en sociaal is. Oké, hij heeft wat kleine gebreken: hij heeft Leishmania onder de leden, een gewrichtsprobleem in één van zijn achterpoten en een darmprobleem, maar wat dan nog?

‘Is dit geen schatje?’

Terwijl Sultán zijn oren naar achteren houdt en zich klein maakt, een teken van onderdanigheid, en ik zijn kop met twee handen vasthoudt om ‘m te knuffelen denk ik terug aan het gesprek met mijn vrouw Fanny, nog maar vijf dagen terug op een camping in Zeeuws Vlaanderen. “Is dit geen schatje? Hij is goed met kinderen én met katten. Ik heb altijd al een windhond willen hebben”. Ze drukt haar iPhone in mijn hand en twee trouwe hondenogen in een olijke podenco-kop met vleermuisoren kijken mij aan vanaf een foto op de website van Greyhounds Rescue Holland. Ik weet dat mijn vrouw al jarenlang heel graag een hond wil maar we waren er niet klaar voor: te druk met werk en met de zorg voor de kinderen. Je moet pas een hond nemen als je ‘m voldoende tijd, aandacht, wandelkilometers en speelsheid kan bieden. Snel bedenk ik dat de kinderen niet meer zoveel zorg nodig hebben als voorheen, dat onze banen wat rustiger zijn dan 10 jaar geleden en het gezinsleven wat meer op de voorgrond is komen te staan. Daar past een hond prima bij. Dus ik zeg: “Nou, dan nemen we hem toch!”

Fanny schrikt zich rot, ze had nooit verwacht dat ik ja zou zeggen en vliegt me in de armen. Ze besluit om niet direct contact op te nemen met Greyhounds Rescue Holland, maar om onszelf eerst een halve dag bedenktijd te geven. Zijn we écht klaar voor een hond of is dit een opwelling? Zijn er nog zaken waar we niet aan hebben gedacht en die van invloed zijn op ons besluit?

Op het strand zien we die middag overal honden wandelen en we stellen ons voor hoe het is om zelf met een hond op het strand te lopen. Onze jongste zoon blijft aan ons hoofd zeuren: “Wanneer gaan jullie nog eindelijk eens zeggen dat jullie die hond willen?” Straks is iemand ons net voor. Stel je voor.

Gevoel met de hond en zijn verleden

’s Avonds vult Fanny het contactformulier op de website in en is er al snel mailcontact met mensen van Greyhounds Rescue. Omdat de stichting Carla heeft ingelicht hebben we al snel contact met haar via WhatsApp. Zij is het die ons op het idee brengt om de hond zelf te gaan halen. Voor ons is snelheid de doorslaggevende factor, maar bij haar spelen andere redenen een rol. Zij geeft er de voorkeur aan dat mensen een hond zelf halen, zodat het nieuwe baasje meer gevoel met de hond en zijn verleden krijgt. En het geeft Carla een vertrouwder gevoel als ze weet aan wie ze haar ‘kind’ meegeeft. En een warme overdracht, door degene die de hond het beste kent, is natuurlijk altijd goed.

Omdat Fanny geen liefhebber van vliegen is wen ik alvast langzaam aan het vreemde idee dat ik een kort bezoekje aan Spanje ga afleggen. De stichting Greyhounds Rescue Holland werkt goed mee door ervoor te zorgen dat er al op zaterdag bij ons een huisbezoek wordt afgelegd die dient als een soort van audit om te bekijken of onze thuissituatie geschikt is voor het houden van een adoptiehond. Twee dagen later vlieg ik vanuit Eindhoven naar Valencia.

Nu ik toekijk hoe Carla de honden voert, iedere hond zijn of haar eigen dieet, realiseer ik me hoe speciaal het is dat ik deelgenoot mag zijn dit tafereel: een zeer gedreven vrouw en haar roedel. Carla is duidelijk de alfaleider en elke hond krijgt van haar individuele aandacht. Bij elke hond hoort ook een verhaal. Tijdens mijn verblijf heeft Carla mij over een aantal honden verteld. Hoe Carla de hond vond, in welke omstandigheden. Hoe ze soms moeite moest doen om de hond te vangen. Soms ging het echt om een bevrijding door een ketting door te knippen. Vaak ging het om verwaarlozing van honden, slapen op een harde vloer aan een veel te korte ketting, ondervoeding, onder de vlooien en ziektes, vel over been met zwerende wonden. Of het ging om zwervers die maandenlang langs een drukke weg leefden. Maar dan zie ik ook hoe elke hond er nu uitziet. Mooi op gewicht met een glanzende vacht en fris uit de ogen kijkend. Lekker aan het spelen met de andere honden, en met mij. Hoe kan het dat deze honden, die zo ernstig verwaarloosd of mishandeld waren, nu zo sociaal zijn? Deze honden zien er volkomen gelukkig uit. Natuurlijk hebben sommige honden een gebruiksaanwijzing (de een mag niet zonder toezicht in dezelfde ruimte als de ander, weer een ander laat zich door een vreemde niet aanhalen als ze niet is aangelijnd), maar gezien het miserabele verleden van de honden valt dat nog allemaal wel mee. En steeds weer doemt in mijn gedachten de vrolijke zwarte kop van mijn vroegere hond op. Zij zou hier zo tussen kunnen lopen, vragend om een knuffel en stoeiend met de anderen.

In Spanje zijn dieren vaak werktuigen of volksvermaak

Terwijl we ’s avonds eten op Carla’s terras met uitzicht op de bergen waarachter de zee ligt, ligt Sultán tevreden slapend op de koele tegels naast de tafel. We hebben het over de Nederlandse dierenpolitie. Carla legt uit dat zij de Nederlandse aanpak van dierenmishandeling in Spanje vaak als goed voorbeeld heeft gebruikt in gesprekken met anderen. Even later hebben we het over cultuur. Volgens Carla heb je het als dier vaak niet goed als je in Spanje geboren wordt. Zoals sommige Spanjaarden met dieren omgaan…. In Spanje zijn dieren vaak werktuigen of volksvermaak. Bijvoorbeeld podenco’s die worden ingezet voor de jacht worden slecht verzorgd, slapen op de harde grond en leven aan veel te korte kettingen. En de dieren die als volksvermaak dienen delven vaak het onderspit in de arena of op straat tijdens een volksfeest. Het zit zo sterk in de Spaanse geschiedenis en traditie verweven dat het moeilijk is om er iets aan te veranderen. De machthebbers houden de tradities in stand. Toch is Carla hoopvol over de toekomst. Steeds vaker ziet Carla jonge Spanjaarden die willen afrekenen met deze verschrikkelijke tradities en cultuur.

Bloemenweelde en slachtafval

Stel dat je een hond uit Spanje haalt en dat je door de redder van je hond naar de plek wordt gebracht waar de hond gered werd en je krijgt het hele verhaal uit de eerste hand te horen. Dat is toch heel waardevol? Nou, dat geluk heb ik dus. Op dag twee neemt Carla me mee in haar auto om medicijnen voor Sultán in te slaan en nog wat andere boodschappen te doen en om en passant ook nog even langs te gaan bij de plek waar zij Sultán had meegenomen.

We rijden naar een dorp verderop. Een zijstraat van de hoofdstraat bevat aan beide kanten rijen aangesloten huizen en een muur met daarin een oud ijzeren deurtje. Achter dit deurtje zien we een soort van overwoekerde binnentuin vol mooie veldbloemen, maar ook vol met onkruid. Een Idyllisch plaatje; zo’n bloemenweelde achter een roestig deurtje in een Spaans zonovergoten slaperig dorp ergens in de middag. Dan zie ik een paar katten die ons komen begroeten. Carla vertelt dat er in dit dorp een weduwnaar woont die dagelijks op een aantal plekken in het dorp zwerfkatten te eten geeft. Dit is een van die plekken. De katten die er rond lopen zijn inderdaad niet ondervoed, maar zien er niet gezond uit. Carla vertelt dat deze man het goed bedoelt, maar dat hij niet meer doet dan eten geven. Hij laat ze niet behandelen tegen ziekten en vlooien. Daar is volgens mij ook geen beginnen aan als je alle zwerfkatten van het dorp voedt. Carla vertelt dat op deze plek de man twee jaar geleden aan Carla liet zien dat hij een schuwe ondervoede zwerfhond had weten te vangen en binnen de muren van deze wildernis veilig had weten te stellen. Dat was Carla’s eerste ontmoeting met Sultán en toen ze hem hier zag is ze meteen huiswaarts gekeerd om haar bedrijfsauto te halen zodat ze de podenco kon meenemen naar huis. Sultán heeft misschien 2 of 3 dagen tussen de katten in deze tuin doorgebracht. Hoe lang hij daarvoor heeft gezworven is onbekend. Hij heeft een stukje uit een oor en daaruit maakt Carla op dat hij dienst heeft gedaan als jachthond, want in Spanje snijden jagers een stukje uit het oor bij wijze van merkteken. Dat betekent waarschijnlijk dat hij mee heeft moeten jagen met andere podenco’s, dat hij op de harde vloer heeft moeten slapen aan een korte ketting en te weinig eten kreeg om hem extra ‘hongerig’ te maken voor de jacht. Ook kreeg hij van de jager waarschijnlijk geen aandacht. En misschien is zijn gewrichtsprobleem de reden geweest dat de hond is afgedankt door de jager. Het blijft natuurlijk raden naar Sultán’s levensgeschiedenis. Dat hij zo ontzettend sociaal is geworden heeft hij waarschijnlijk aan zijn zachte karakter te danken. Sultán is erg rustig en onderdanig. Carla vertelt dat het de meest relaxte reu is die ze ooit heeft gezien.

We gaan op zoek naar de man die Sultán destijds naar de tuin bracht. We treffen hem een paar straten verderop in zijn werkplaats die zo vol staat met spullen dat ik niet weet waar ik moet kijken. Op een grote gasbrander staat een flinke ketel. Hij is bezig met het koken van slachtafval om aan de katten te voeren. Enkele grote stukken bot en een stuk dierenschedel steken boven de rand van de ketel uit. Ernaast staat een emmer met nog meer dierlijke resten. Ik herken een varkensschedel. Carla en de man groeten elkaar en praten in het Spaans met elkaar. Ik begrijp dat Carla hem uitlegt dat ik vanuit Nederland de podenco kom ophalen die hij twee jaar terug gered heeft, maar hij kan zich die hond schijnbaar niet meer herinneren. Tenslotte begint hem iets te dagen en bij het afscheid bedank ik hem met een gracias in mijn steenkolen Spaans. Het is namelijk dankzij zijn daad twee jaar geleden dat Sultán bij Carla terecht kwam. En het is dankzij Carla dat deze hond er weer bovenop gekomen is en er klaar voor is om onderdeel te gaan uitmaken van een gezin.

Als de Carla’s het niet doen…

Ik vraag Carla later die middag op het vliegveld of ze Sultan niet ontzettend gaat missen na twee jaar. Carla zegt dat dat wel meevalt. Ze is blij door de gedachte dat Sultán in een gezin met kinderen terecht komt, waar hij als volwaardig gezinslid mee mag gaan doen en waar hij meer aandacht krijgt dan bij Carla thuis.

Ik schrijf dit lange verhaal ook echt als een ode aan Carla. Deze Carla en de vele andere Carla’s in Spanje en andere landen, die geheel belangeloos honden redden uit erbarmelijke omstandigheden. Kijk maar eens op de website van Greyhounds Rescue Holland naar foto’s van honden in deze omstandigheden. En lees de verhalen van reddingsacties. Zonder de Carla’s van deze wereld zijn dieren reddeloos verloren. Want als de Carla’s het niet doen, doet niemand het.

Carla vertelde me de avond tevoren dat ze destijds in Nederland is begonnen met twee honden die ze ‘gewoon’ gekocht had. En later heeft ze een hond in nood in huis genomen. En van het één kwam het ander. Zij kan zich niet voorstellen dat ze nog ooit een hond zou kopen nu ze weet dat er zoveel honden in Spanje, maar ook in andere landen, in erbarmelijke omstandigheden moeten leven. Deze honden hebben geluk als ze worden gered door mensen als Carla of door een van de vrijwilligers van de hondenshelters. Maar de shelters kunnen vaak pas weer nieuwe honden redden als ze plek hebben om ze op te vangen. Want vele zitten overvol. Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat mensen deze honden als huisdier adopteren.

Want als jij een hond wil, dan adopteer je ‘m toch ook gewoon via een club als Stichting Greyhounds Rescue Holland?

Toch?

Johan Cortooms
Roermond