2 mei 2008

 

TV Programma EénVandaag

ADOPTEER GEEN BUITENLANDSE HOND

Naar aanleiding van het advies van het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG) om geen buitenlandse honden te adopteren loopt er inmiddels een flinke discussie in de media.
Hun volledige advies is opgenomen onder dit artikel.

Wij hebben hierop onderstaande reactie gegeven.

 "...... Als ik dit advies projecteer op onze ervaringen en onze werkwijze is hier sprake van een ongenuanceerd en ongefundeerd advies!
Ik loop het advies even na:

1. “De eerste reden hiervoor is dat dieren die afkomstig zijn uit het buitenland vaak infecties bij zich dragen die gevaarlijk zijn voor mens én huisdier.”
2. “Een tweede reden is dat sommige ziekten van dieren op mensen worden overgedragen.”
Sinds het bestaan van onze stichting hebben wij bijna 600 honden uit Spanje, galgo’s, in Nederlandse adoptiegezinnen geplaatst.
Nooit is er sprake geweest van zoönose zoals hondsdolheid of het moeten afmaken van één van deze 600 honden.
Alle honden worden vooraf (in Spanje) getest op mediterrane en andere ziektes (leishmania, erlichia, babiose en filaria), gecastreerd/gesteriliseerd, gevaccineerd, gechipt en afgetekend door een dierenarts in hun europees paspoort.
Wij zullen zeker niet alle aangeboden honden zondermeer als adoptiehonden accepteren; naast gezondheid is het sociaal gedrag een belangrijke voorwaarde.
Op deze wijze komen er alleen gezonde honden in de adoptieprocedure.
Wij betrekken de honden van een beperkt aantal shelters die wij vaak al langer dan 5 jaar kennen. Vertrouwde adressen met enthousiaste en betrokken vrijwilligers die ook regelmatig naar Nederland komen om te zien hoe het met “hun” honden gaat. Zoals wij ook regelmatig de shelters ter plaatse bezoeken (en hulpgoederen meebrengen) en inspecteren.

Deze eerste twee argumenten uit het advies zijn dus niet valide; integendeel: wij werken geheel zoals het LICG het wil.

3. “De derde reden waarom het meebrengen van (zwerf- en asiel-)dieren uit vakantielanden met klem wordt afgeraden is dat veel van deze dieren slecht gesocialiseerd zijn.
…. onzindelijk te zijn, slecht te luisteren of angstig gedrag te vertonen. Deze dieren worden daarom dikwijls al korte tijd na terugkomst in Nederland of België naar een asiel gebracht.”
Inderdaad: soms is een hond onzindelijk (niet zo vreemd als je altijd overal je behoefte kon doen en het nu ineens niet meer mag op een perzisch tapijtje ..) maar dat is een kwestie van 2 weken en daar worden de adoptanten nadrukkelijk voor gewaarschuwd (zie hierna). Met respect: dit vind ik echt een onzinnig argument!
Hetzelfde geldt voor slecht luisteren en angstig gedrag alhoewel daar meestal meer tijd (en liefdevolle zorg) voor nodig is om het gedrag op dat punt te veranderen.
Niet iedereen komt in aanmerking voor adoptie van een spaanse hond; wij hebben daarvoor een strenge “ballotage” waarbij wij de kandidaat-adoptant(en) thuis bezoeken, hen van informatie voorzien en tegelijk een indruk vormen of het gezin in aanmerking komt voor adoptie. Daartoe is een uitgebreide lijst met criteria opgesteld en wordt iedere adoptie besproken in het adoptieteam (5 personen). De gehele procedure wordt schiftelijk vastgelegd. Op deze wijze voorkomen we willekeur en is de objectiviteit van het adoptie-besluit gewaarborgd.
Nadat de hond geadopteerd is, vindt er gedurende minimaal 6 maanden een intensieve nazorg plaats waarbij de hond en de adoptant(en) nadrukkelijk gevolgd worden.
Mochten zich daarbij problemen openbaren, dan beschikken wij over een 15-tal pleeggezinnen waarin de hond zonodig direct (over-)geplaatst kan worden.
Tevens zijn er gedragsdeskundigen en een dierenarts aan de stichting verbonden. Gelukkig –waarschijnlijk door de wat “strenge” aanpak- zijn problemen uitzondering en behoeft de dierenarts cq. de gedragsdeskundigen nauwelijks op te treden.
Nog nooit is er ook maar één hond in een asiel geplaatst!

Alhoewel het aangevoerde argument op zich niet onjuist behoeft te zijn, is door onze werkwijze een eventueel probleem sterk gemitigeerd.

4. “De vierde reden is dat het weghalen van honden uit een slechte situatie, de situatie zelf niet oplost.”
Daar kan ik kort over zijn: een onzinnig argument en pertinent onjuist. Onzinnig omdat we dan alle ontwikkelingshulp ook wel kunnen stoppen (dat zou net zo onzinnig zijn). Onjuist omdat we wel degelijk een mentaliteitswijziging in Spanje waarnemen, juist onder invloed van de vele rescue-organisaties. Door de nederlandse (en andere euopese) adopties wordt sterk ingewerkt op de trots en het eergevoel van de Spanjaarden! We halen steevast de krant, de radio en recent nog de nationale TV waardoor er aandacht komt voor het lot van de galgo en de Spaanse bevolking zich begint te schamen voor wat zij als nationale sport en traditie zien.
Wat er op dit vlak voor elkaar is gekregen is grotendeels te danken aan die rescue-organisaties en niet aan de Nederlandse politiek die zich volledig afzijdig houdt in Brussel! Als zij voor elkaar krijgen dat Spanje de galgo (en de stier) niet meer als middel voor volksvermaak behandelt en deze óók onder de (nota bene europese!) dierenbeschermingswet zouden laten vallen, dan kunnen wij misschien eens stoppen.

Niet alleen onzinnig en onjuist maar eigenlijk een heel dom argument waarmee het de rest van het advies tekent.

5. “Ten slotte zijn de diverse partijen uit de gezelschapsdierenbranche van mening dat het ‘redden van zielige honden’ geen goede reden is om een hond te nemen. Deze impulsaanschaf valt niet onder het door hen voorgestane ‘verantwoord hondenbezit’. Verantwoord hondenbezit wil onder andere zeggen dat goed over de aanschaf van de hond wordt nagedacht, dat de aspirant-hondenbezitter zich bewust is van zijn/haar verantwoordelijkheden en dat op basis van deugdelijke informatie een hond wordt uitgezocht die bij de gezinssituatie past.”
Dit argument heeft niets met wel of niet een buitenlandse hond te maken!
Ik neem immers aan dat het LICG wel voor het adopteren van een hond uit een Nederland asiel is.
Een impulsaanschaf van een dier is niet goed, of dat nou voor een zielige hond is of voor een lieve cavia. Wat het LICG omschrijft onder verantwoord hondenbezit kan ik alleen maar onderschrijven. Vandaar ook onze werkwijze zoals hiervoor is uitgelegd.

Een argument dat irrelevant is voor de afweging wel of niet een buitenlandse hond, maar wel onderschreven wordt als er eng naar verantwoord hondenbezit wordt gekeken.
En zo doen wij het dan ook!

6. “Het advies is dus: Neem geen zwerf- en asieldieren uit het buitenland mee naar huis! Als men toch iets wil doen voor zwerf- of asieldieren uit het buitenland, dan kan men bijvoorbeeld geld of voeding schenken aan een dierenbeschermingsorganisatie ter plaatse. Deze organisaties maken gebruik van castratieprogramma’s, waardoor de problematiek ter plaatse wordt aangepakt.”
Zoals hiervoor uitgelegd werken wij alleen maar met shelters die de honden laten castreren (en nog veel meer voor de honden doen). Overigens is het kortzichtig om te veronderstellen dat alleen met een castratieprogramma de problematiek wordt aangepakt.
Het behoeft geen verder betoog dat vanuit onze ervaringen en onze werkwijze dit een onjuist advies is waarmee honderden adoptanten onrecht wordt aangedaan: zij zijn zo dom geweest om het wel te doen.
Tientallen Nederlandse en Spaanse vrijwilligers worden met dit advies geschoffeerd en last but not least het LICG ontneemt hiermee heel veel honden de kans op een gelukkiger bestaan.

Naschrift.
Ik ben ervan overtuigd dat er nog meer organisaties zijn die net zoals onze stichting op een zeer serieuze wijze tewerk gaan.
Het advies brengt ons en onze vrijwilligers in zwaar diskrediet en lijkt geschreven op de naïeve toerist die goedbedoeld in een zuidelijk vakantieland een zwerfhondje meeneemt, maar niet voor organisaties als de onze!
Het zou de LICG en de mee-tekenende organisaties sieren als zij in plaats van “veilig in Nederland” stelling te nemen, zich tot de europese politiek zouden wenden met hun kritiek.

Geert van Spronsen
Voorzitter bestuur stichting
Greyhounds Rescue Holland
www.greyhoundsrescue.nl

 

Advies van het LICG:

Meebrengen van zwerf- en asieldieren uit andere landen: niet doen!

Veel vakantiegangers worden op hun vakantiebestemming geconfronteerd met zwerfdieren. Een bekend voorbeeld is het grote aantal honden dat in Zuid Europa na het ren- en jachtseizoen op straat belandt en dan een zwervend bestaan leidt. Soms wordt besloten een zwerf- of asieldier mee te nemen naar Nederland of België om het dier bij ons een fijner dierenleven als huisgenoot te geven. Er zijn ook veel organisaties die begaan zijn met het lot van zwerfdieren of dieren in buitenlandse opvangcentra. Zij halen dieren naar Nederland of België en plaatsen die door middel van adoptieprogramma’s bij adoptiegezinnen.

Het is begrijpelijk dat het leed van zwerf- en asieldieren veel mensen raakt. Desondanks raden diverse partijen uit de gezelschapsdierenbranche het meebrengen van zwerf- en asieldieren uit vakantielanden naar Nederland of België ten zeerste af.

De eerste reden hiervoor is dat dieren die afkomstig zijn uit het buitenland vaak infecties bij zich dragen die gevaarlijk zijn voor mens én huisdier. Voorbeelden van dergelijke ziekten bij honden zijn babesiose en ehrlichiose. Deze ziekten worden overgebracht door teken die tegenwoordig ook in Nederland en België voorkomen, waardoor verspreiding van de ziekte ook hier kan plaatsvinden. Om import van dergelijke ziekten, en verdere verspreiding te voorkomen, is het belangrijk dat de dieren vrij zijn van deze ziekten voordat ze mee komen. In de meeste gevallen wordt dit niet gecontroleerd. Wordt bij thuiskomst duidelijk dat het dier drager is van de infectie, dan kan het heel lastig zijn om het weer beter te maken.

Een tweede reden is dat sommige ziekten van dieren op mensen worden overgedragen. Deze ziekten worden ook wel zoönosen genoemd. Een bekend voorbeeld is hondsdolheid, ook voor mensen een potentieel dodelijke ziekte. In 2007 werd in België hondsdolheid vastgesteld bij een jonge hond die ingevoerd zou zijn vanuit Marokko en niet gevaccineerd en gechipt was. In 2008 werd in Frankrijk hondsdolheid vastgesteld bij een hond die eveneens afkomstig was uit Marokko. Dat hondsdolheid een actuele bedreigende ziekte is blijkt wel uit het feit dat op 25 april 2008 in het Verenigd Koninkrijk een pup is overleden aan deze ziekte. De pup maakte onderdeel uit van een nest pups dat door een stichting uit  Sri-Lanka was geïmporteerd. Men heeft de overige pups inmiddels laten inslapen en de verzorgers staan onder medische behandeling.
Een ander voorbeeld is echinococcose. Zoönosen zijn niet altijd direct herkenbaar. En dat kan een onaangename verrassing voor zijn nieuwe houder betekenen.

De derde reden waarom het meebrengen van (zwerf- en asiel-)dieren uit vakantielanden met klem wordt afgeraden is dat veel van deze dieren slecht gesocialiseerd zijn. Eenmaal bij ons blijken ze dan bijvoorbeeld onzindelijk te zijn, slecht te luisteren of angstig gedrag te vertonen. Deze dieren worden daarom dikwijls al korte tijd na terugkomst in Nederland of België naar een asiel gebracht. Het zwerf- of asieldier dat met goede bedoelingen werd meegenomen vanaf de vakantiebestemming naar huis, werd thuisgekomen dus niet die gezellige huisgenoot die men voor ogen had.

De vierde reden is dat het weghalen van honden uit een slechte situatie, de situatie zelf niet oplost. Zolang de honden ter plekke zich blijven voortplanten, en de plaatselijke bevolking de honden niet verzorgt, zullen er altijd verwaarloosde zwerfhonden worden aangetroffen op deze locaties.

Ten slotte zijn de diverse partijen uit de gezelschapsdierenbranche van mening dat het ‘redden van zielige honden’ geen goede reden is om een hond te nemen. Deze impulsaanschaf valt niet onder het door hen voorgestane ‘verantwoord hondenbezit’. Verantwoord hondenbezit wil onder andere zeggen dat goed over de aanschaf van de hond wordt nagedacht, dat de aspirant-hondenbezitter zich bewust is van zijn/haar verantwoordelijkheden en dat op basis van deugdelijke informatie een hond wordt uitgezocht die bij de gezinssituatie past.

Het advies is dus: Neem geen zwerf- en asieldieren uit het buitenland mee naar huis! Als men toch iets wil doen voor zwerf- of asieldieren uit het buitenland, dan kan men bijvoorbeeld geld of voeding schenken aan een dierenbeschermingsorganisatie ter plaatse. Deze organisaties maken gebruik van castratieprogramma’s, waardoor de problematiek ter plaatse wordt aangepakt.

Dit gezamenlijke advies met betrekking tot het meebrengen van nieuwe huisdieren uit vakantielanden wordt gegeven door het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG), Dibevo, Dierenbescherming, Faculteit Diergeneeskunde (Universiteit Utrecht), Hondenbescherming, Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, Platform Verantwoord Huisdierenbezit, Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en SAVAB-Flanders (Small Animal Veterinary Association Belgium).

Noot voor de redactie (niet voor publicatie):
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Leen den Otter (06 53247180) en Ingeborg de Wolf (06 27625690) van het LICG .

Toelichting

1. Sommige organisaties die zich bezig houden met adoptieprogramma’s dragen zorg voor socialisatie van de dieren die zij uit het buitenland naar Nederland halen.

2. Babesiose is een ziekte die in zuidelijke landen frequent voorkomt. De ziekte wordt veroorzaakt door een parasiet en kan worden overgedragen van de ene hond op de andere hond door teken. In de acute fase van deze ziekte vertoont de hond hoge koorts en is hij erg lusteloos. Bloedarmoede en bloed in de urine (hematurie) treden op, evenals diverse atypische symptomen. Als de hond niet behandeld wordt, kan hij aan de ziekte sterven. Daarnaast bestaat een chronische vorm, die voornamelijk volwassen honden aantast. Ook deze vorm kan, na verschillende weken, fataal aflopen voor het dier.

3. Ehrlichiose is een ziekte die vooral in zuidelijke landen voorkomt. In Nederland is de ziekte vrij zeldzaam bij honden die niet in het buitenland zijn geweest. De ziekte wordt veroorzaakt door een parasiet en wordt overgebracht door teken. De parasiet nestelt zich in witte bloedcellen en in de wanden van bloedvaten. Symptomen in de acute fase zijn atypisch. Deze fase wordt gevolgd door een periode zonder verschijnselen, waardoor het lijkt of de hond beter is. Deze fase kan enkele maanden tot jaren duren. Daarna kan een chronische fase aanbreken, waarbij de ernst van de verschijnselen kan variëren. De ziekte kan worden behandeld, maar in ernstige gevallen kunnen dieren met een slechte weerstand overlijden als gevolg van complicaties.

4. Hondsdolheid is een ziekte die veroorzaakt wordt door een virus. Het virus wordt uitgescheiden door besmette dieren in het speeksel en wordt overgebracht door bijten of likken. Zonder behandeling is de besmetting voor mensen en dieren dodelijk. In sommige landen circuleert hondsdolheid nog in grote mate onder (zwerf)honden en katten, die zich besmetten door elkaar te bijten. Honden kunnen tegen hondsdolheid  gevaccineerd worden. Een vaccinatie is verplicht bij vervoer naar Nederland.

5. Echinococcose wordt veroorzaakt door een lintworm. Dieren worden vrijwel nooit ziek. Echinococcose kan eenvoudig behandeld  worden met routinematige ontworming. Mensen kunnen echinococcose oplopen, onder andere via een besmette hond of kat. Symptomen die bij de mens optreden zijn afhankelijk van de grootte, plaats en groeisnelheid van de lintworm. De lever is het meest aangetaste orgaan. Het kan 5-15 jaar duren voordat klachten duidelijk naar voren komen. Bij een ernstige aantasting van de lever is de kans groot dat de patiënt hieraan overlijdt.