Vega

Het is 14.45 uur, dus ik heb 10 minuten de tijd voordat de uit de kluiten gewassen podenco op mijn schoot wakker wordt en naast de fiets gaat staan. Ze zal alvast haar voorpoot omhoog doen, zodat ik haar hesje om kan doen. Waarschijnlijk gaat ze heel netjes en aandachtig naast mij lopen in de hoop dat ik haar al twee straten eerder los laat en niet pas in het bos. Ze geniet erg van “los” fietsen op straat. In het bos zullen alle remmen los gaan, ze zal heen en weer sprinten door het struikgewas, springen als een hertje en de geiten in het dierenverblijf uitdagen tot spelen. Aan de andere kant van het bos zal ze netjes op mij wachten, zodat ik haar aan kan lijnen om door te fietsen naar de school van mijn dochter. Ah, het mensenkind, dan zal de pret echt beginnen; samen klimmen op omgevallen bomen, racen over de mountainbike paadjes en takken, al die takken… Als we eindelijk thuis komen, gaat Vega haar plekje op schoot opeisen en tot 18.00 uur slapen. Dan komt mijn man thuis en is het tijd voor wat ruwe actie; door de kamer rennen, verstoppertje spelen en vriendelijk knijpen met de bek, het liefst in bovenbeen of billen. Daarna een kort wandelingetje en boven alvast onder het dekbed kruipen. Mevrouw blieft namelijk geen wandelingen in het donker en bovendien moet ze rusten; in het weekend mag ze weer in de neus van de kano zitten en naar de honden op de oever blaffen en dat vergt wat voorbereiding.

Het is niet altijd zo geweest. Vega kwam op 27 augustus 2017 in ons gezin. De eerste weken kroop ze alleen maar over de grond. We moesten haar alles, wat een hondeneigenaar voor lief neemt, aanleren; buiten plassen, op een kussen liggen, eten in het bijzijn van mensen, 5 minuten alleen zijn, aan de lijn lopen, aaien… Speelgoed en snoepjes snapt ze nog steeds niet. Er waren momenten bij dat wij er echt doorheen zaten, hebben we hier nou een hond voor genomen?! Gelukkig hebben we doorgezet en met enorm veel geduld en aandacht hebben wij Vega weten te overtuigen van onze betrouwbaarheid en liefde.

En hier ligt ze dan, tevreden op haar rug, open buik, helemaal knock out op schoot te snurken. Ze is mijn tweede schaduw geworden. Het liefst raakt ze mij constant aan; zelfs tijdens het wandelen tikt ze mij om de paar meter aan met haar snuit: hé, baas, ik sta achter je.

Ik sta ook achter jou, meisje.