Na de dood van mijn eerste Galga wou ik er opnieuw een  adopteren.  Ik had vernomen dat de combinatie “zwart” en “reu” minder kans had, dus wou ik in dat register zoeken.

Mijn keuze viel op Fonso, gevonden in Sevilla met gebroken poot en met veel liefde verzorgd door Beatriz van Argos.  Zijn blik vond ik ontzettend zacht,  en doorslaggevend was de melding dat hij  helemaal geen interesse had in poezen. Ik had op dit ogenblik 20 zwerfpoezen in huis en die moesten veilig blijven.  Beatriz had mij verzekerd dat dit ok was.

In juni 2009 zijn mijn dochter, ik en onze poedel Plixke,  Fonso gaan ophalen om middernacht in Schiphol.  Zijn eerste mannelijke daad toen hij uit de bench kwam, was die bench goed besproeien.   Hij had ook zin om de andere galgo die mee reisde te volgen, want die kende hij en wij waren vreemden. Het kostte heel wat moeite om hem in de auto te krijgen, zelfs Plixke kon hem niet overtuigen dat het wel veilig was.  En eenmaal erin nam hij gans de achterbank en Plixke moest maar op de grond slapen.

Om drie uur zijn we thuis gekomen.  Fonso eventjes in de tuin laten gaan, en daarna zijn persoonlijke bank getoond.  Moe van de emoties en wij een beetje afwachtend of het ok was met poezen.  Enigen hadden de moed om dat nieuw beest van dichtbij te zien en Fonso kon het geen snars schelen. Dat was  een hele opluchting. De poezen mochten een tijdje later naast hem slapen en rond springen, nooit heeft hij een kwajongsstreek uitgehaald.  Super!

’S anderendaags heeft hij in het bos van Tervuren kennis gemaakt met de 3 galga’s van een vriendin en zijn we samen gaan wandelen.  Galgo’s zoeken galgo’s, de anderen zijn maar gewone  honden toch? Dat was voor Fonso al een geruststelling.  Zijn kop dicht tegen mij om contact te houden. Volgende dag  opnieuw, maar zonder leiband en hij wou me echt niet kwijt.

Nooit is hij weg gevlucht, net zoals mijn eerste galga.  Dat is op zich toch een blijk van groot vertrouwen. Hij was het thuis redelijk vlug gewoon, was heel graag wat geknuffeld, en kwam ook graag naast ons liggen, terwijl we een TV programma bekeken.  Hij was een bankhanger.

Maar de uitstapjes in het bos waren hoogtepunten, net zoals de tijdstippen van de eetkommen.  Wat kon hij sprinten in het bos, en genieten van de bewondering.  Discussies aangaan met een eekhoorn die zijn heil zocht in een boom.  En dan poses aannemen als een echte ster.  Georges Clooney kon er nog iets van leren.  Hij had zijn fanclub! Le bel Hidalgo!  Zelf was hij  wat afstandelijk, met één opmerkelijke uitzondering, toen Raoul van den Bogaert hier in huis kwam is Fonso spontaan uit zijn luie zetel gekomen om geaaid te worden.  Raoul had ontegensprekelijk een speciaal aura!

Hij had één groot mispunt : nooit is hij zindelijk geweest en dat spijts al onze inspanningen. Gedurende jaren vond ik bij het opstaan ’s morgens regelmatig de hal, de houtkachel of de tafelpoten onder de plas.  Wat had ik er dikwijls een hekel aan.

Zes jaar geleden kreeg ik er een “pensiongalga’ overdag  bij.  Margot, ontzettend bang.  Door het gezelschap van Fonso en Plixke en de wandelingen,  is Margot dan socialer geworden. Samen hebben ze  dan nog genoten van de lange wandelingen in het bos, om daarna samen “poep tegen poep” van een lange siësta te genieten.

In augustus 2017 werd er bij Fonso blaaskanker vastgesteld. Dat was een harde klap en we waren ervan overtuigd dat hij 2018 niet meer ging beleven.  We wilden hem nog van het bovenste beste laten genieten en vroegen ons af hoe Margot dit zou aankunnen.  Margot is echter in april 2018  als eerste moeten heengaan.

Elke bijkomende dag met Fonso was een geschenk.  Dat ik elke morgen de living moest opdweilen nam ik er nu graag bij, want door zijn ziekte kon het niet anders. Iedere avond wel tien keer de deur naar tuin openen zodat hij enige druppels urine kon ontlasten was een minimum.  Geen enkele thriller hebben wij in één keer kunnen bekijken. Toch deden wij het graag.

De wandelingen werden korter, want met die poten was het ook niet meer perfect, hij was op weg om 16 jaar te worden.  Twee keer per week ging hij op visite bij een vriendin die een grote tuin heeft deels bebost.  Daar kon hij naar believen binnen en buiten en was er ook super verwend.

Op 3 april heeft hij nog een kleine wandeling in zijn bos gemaakt, maar ’s avonds  was hij ontzettend onrustig, kreunde veel, wou niet gaan liggen.  Aangezien dit niet ophield heb ik de dierenarts ’s nachts opgebeld.  Zij is onmiddellijk gekomen,  geen enkele medicatie had nog nut  en ze heeft hem laten inslapen.

We zijn er hier kapot van, hij nam nog meer plaats in dan wij dachten.  Liever had ik nog verder opgekuist.

De wandelingen in het bos zijn niet meer dezelfde en het huis voelt leeg alhoewel er nog andere dieren zijn. En als we frietjes of kroketjes bakken moet er geen extra portie meer, want dat was voor hem een delicatesse.

2 nachten nadien lag Fonso op mijn bed, in zijn geliefkoosde pose op de rug, hij keek me aan, en ik vroeg me af hoe hij het klaar gespeeld had om de deur open en dicht te doen. Maar het was een droom en in een zucht was hij terug weg.

Fonso, lieve  grote zwarte vent,  we missen je!