2020

“Ik denk ook na over opvangen”, ze keek me aan. “Maar ik weet niet of ik het kan”, voegde ze eraan toe. En net toen ik mijn pleidooi wilde afsteken waarom je dit natuurlijk moet doen, begon iemand over iets totaal anders en was het moment voorbij.

Ik weet niet of ik het kan.

Ik wist ook niet of ik het kon. Wij wisten niet of we het konden, liever gezegd.

Maar als je het niet probeert weet je het nooit.

2006

Terwijl Zar (geadopteerd eind 2005) zich ontpopte tot een stabiele, vrolijke reu, volgde ik de diverse windhondensites. Want eenmaal een galgo… juist!

Verliefd geworden op het zachte karakter van deze nobele honden, las ik alles wat ik kon vinden over hen. Natuurlijk volgde ik de stichting die Zar voor ons had bemiddeld. En op een dag stond er een noodoproep op hun site. Er zwierf een pup rond. In Spanje konden ze haar niet van de straat plukken, er was domweg geen plek voor haar, dus: opvanggezin gezocht!

We hadden het erover. Zouden we dat kunnen? Een hondje opvangen? Leuke kant is natuurlijk dat je met veel van deze lieve honden kennis mag maken. Ze tijdelijk verzorgt, socialiseert en op weg helpt naar hun eigen familie. Enorm groot nadeel: ze gaan weer weg! Aaaargh! Maar ja, als je het niet probeert, weet je het nooit.

We stuurden een aarzelende mail. Zou het iets voor ons zijn? Juichend werd er gereageerd. Gelukkig was de pup in de noodoproep onder de pannen, maar kijk eens wat voor een ellende er in Spanje nog meer is. Bijgevoegd waren foto’s van twee afschuwelijk magere puppies. Vel over been, skeletjes met huid eromheen. M’n hart brak. Ja we zouden dit gaan doen! Ook de twee skeletjes waren al snel geadopteerd, maar we kregen toch onze allereerste opvanghond. Een brindle meiske van een paar maanden oud.

We haalden haar op ergens in de polder waar het transport aankwam. De hele terugweg naar huis jankte ze. We hadden medelijden met haar. Arm ding. Weg van alles dat je vertrouwd is en bij wildvreemde mensen in de auto, helemaal in je eentje. Pupke had ook vreselijk veel medelijden met zichzelf en loeide nog een tandje harder. De buren hadden we gewaarschuwd. Mochten ze iets horen.

Rust-Reinheid-Regelmaat. Alsof we weer een baby hadden. Superleuk en superdruk. Het moppie rende over de bank, speelde, sprong (mocht eigenlijk niet, niet goed voor opgroeiende hondjes!), beet in je handen, neus, oren en ineens… rust? Ze kon in slaap vallen waar ze het laatst bezig was. Dwars over je schoot, achteroverhangend in je armen, tong uit de bek, helemaal in dromenland. In de gekste houdingen hebben we gezeten, want Baby sliep.

Na een aantal weken waren er belangstellenden. Zoon (toen pas een jaar of negen oud) heeft een hele avond op de bank liggen snikken met pup in zijn armen. Dochter en echtgenoot haalden de schouders op, bij wijze van, daar deden we het toch voor?

Ik kon die nacht niet slapen, sloop uit bed en met het kleedje dat nog naar haar rook in mijn armen huilde ik mezelf in slaap op de bank.

2020

We vangen nog steeds op. Wel wat minder dan in de beginperiode vanaf 2006. We hebben zoveel geleerd intussen. Kijken goed naar wat de hond nodig heeft die komt, maar ook of onze eigen roedel het allemaal nog trekt. En soms heb je even een pauze nodig, omdat het best emotioneel blijft. Daar doe je nou eenmaal niets aan.

U weet niet of u het kunt? Probeer het. Het ergste dat u kan overkomen is dat uw opvanghond blijft. Dan pas weet u zeker dat u het niet kunt.

Geschreven door: Inge Buitenhuis